Executieve Functies

Starten aan onze opdracht, doorzetten wanneer het moeilijk wordt, de verschillende stappen die we moeten uitvoeren onthouden,… Op KOCA vinden we het belangrijk dat we onze leerlingen ondersteunen om uit te groeien tot echte breinhelden! In elke klas werken we daarom aan het versterken van onze executieve functies. Hoe doen we dat? Lees hieronder verder!

Executieve watte?!

Om doelgericht en sociaal gedrag van binnenuit te sturen, gebruiken we allemaal onbewust executieve of uitvoerende functies. Denk maar aan die was die dringend geplooid moet worden: start je hier meteen aan dankzij sterke taakinitiatie, of stel je dit toch nog maar even uit? Lukt het je om even door te werken en het lawaai van buiten te negeren dankzij je impulscontrole, of ben je toch snel afgeleid? Doorheen de dag zijn er continu situaties waarin we onze executieve functies nodig hebben. Om hier met onze kinderen over te kunnen praten, spreken we over onze breinkrachten

Aan welke 10 executieve functies of breinkrachten we werken, ontdek je in dit filmpje: Introductie van de Breinkrachten.

Omdat sterk ontwikkelde executieve functies een grote rol spelen in een succesvolle deelname aan het maatschappelijk leven, vinden wij het belangrijk om onze leerlingen te ondersteunen in hun groeiproces. Executieve functies ontwikkelen net als onze hersenen nog door tot in het vroege volwassen leven. En zelfs dan verschillen mensen nog sterk van elkaar: niet elke executieve functie is bij iedereen even sterk ontwikkeld. Sommige volwassenen zijn bijvoorbeeld sterk in plannen en organiseren, terwijl anderen eerder chaotisch te werk gaan. Ook bij onze leerlingen houden wij rekening met wat we op welke ontwikkelingsleeftijd mogen verwachten en zijn we ons bewust van de individuele verschillen.

Op de klasvloer 

In al onze klassen gebruiken we de visualisaties uit Breinhelden (De Breinkrachten). Zo spreken we allemaal dezelfde taal wanneer we het over executieve functies hebben. We gebruiken ook allemaal dezelfde korte zinnen en gebaren om onze leerlingen aan de breinkrachten te herinneren. Door te spreken over breinkrachten, hebben we ook een taal om met de leerlingen te spreken over wat goed gaat en wat nog moeilijk is.

Doorheen de dag zijn onze teamleden alert op de verschillende breinkrachten die onze leerlingen nodig hebben. We proberen onze leerlingen vooraf te herinneren aan de breinkrachten die ze nodig hebben en benoemen zoveel mogelijk expliciet wanneer het goed gaat. Tijdens de lessen leggen waar mogelijk de link met hun breinkrachten. Ook in onze klasinrichting houden we rekening met een opstelling die de ontwikkeling van executieve functies ondersteunt. Daarnaast is er doorheen de dag ook ruimte om tijdens activiteiten te werken rond één specifieke breinkracht.

In de kleuterklas

In onze kleuterklassen zetten we in op de drie basis executieve functies en één overkoepelende executieve functie. We werken aan onze impulscontrole (stopkracht), cognitieve flexibiliteit (buigkracht) en ons werkgeheugen (onthoud- en doekracht). Ook omgaan met emoties (gevoelskracht) komt op het niveau van de kleuters aan bod. We hebben hierbij ook aandacht voor onze zintuigen: welke zintuigen hebben we nodig voor deze opdracht? Op die manier kunnen de kleuters hun aandacht al beter leren richten.

In de lagere school

In de lagere school zetten we ook in op de andere executieve functies. Waar we op inzetten, hangt af van wie er voor ons zit. We hebben aandacht voor de individuele noden en de noden van elke klasgroep. Bij jongere kinderen kunnen we bijvoorbeeld intensief inzetten op impulscontrole, terwijl onze schoolverlaters meer nood hebben aan ondersteuning om hun huiswerk te leren plannen en organiseren.